Btw-heffing privégebruik auto van de zaak aangepast
De regels voor de heffing van omzetbelasting over het privégebruik van een auto door ondernemers en hun werknemers zijn gewijzigd. Per 1 juli 2011 geldt dat voor deze heffing niet langer wordt aangesloten bij de forfaitaire percentages voor de bijtelling in de inkomsten- en loonbelasting. In plaats daarvan wordt jaarlijks 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm, geheven.
Waarom deze wijziging?
Op 1 juni heeft de rechtbank te Haarlem uitgesproken dat het gelijkheidsbeginsel er aan in de weg staat dat de btw-correctie over het privégebruik van de auto afhangt van de CO2-uitstoot. De CO2-uitstoot is bepalend voor de hoogte van de bijtelling voor privégebruik in de inkomsten- en loonbelasting. De jaarlijkse btw-correctie over het privégebruik is aan deze bijtelling gekoppeld. Indirect heeft de CO2-uitstoot van de auto dus ook invloed op het bedrag dat jaarlijks aan btw gecorrigeerd moet worden.
Om te voorkomen dat ondernemers als gevolg van de uitspraak helemaal geen afgetrokken btw meer hoeven te corrigeren voor privégebruik van auto’s, heeft de staatssecretaris de wet- en regelgeving aangepast.
Wat houdt de wijziging in?
Tot 1 juli 2011 gold dat ondernemers alle btw op de aanschaf, het gebruik en het onderhoud van zakelijke auto’s in aftrek konden brengen. Bij het laatste aangiftetijdvak van het jaar moest vervolgens hierop een correctie aangebracht worden. De hoogte hiervan was 12% van de bijtelling c.q. onttrekking die in de loon- en inkomstenbelasting in aanmerking genomen moest worden wegens het privégebruik. De bijtelling kon achterwege blijven als aangetoond kon worden dat voor privédoeleinden op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer met de auto gereden werd.
Met ingang van 1 juli 2011 is de koppeling met de bijtelling in de loon- en inkomstenbelasting losgelaten. Vanaf die datum geldt dat er in de laatste aangifte van het jaar btw moet worden afgedragen ter zake van het werkelijke privégebruik van zakelijke auto’s door de ondernemer en/of zijn personeel. Geen correctie meer van de aftrek dus, maar een heffing over het daadwerkelijke privégebruik. Dit betekent dat in principe een sluitende kilometeradministratie bijgehouden moet worden om de hoogte van deze heffing te kunnen berekenen. Ook woon-werkverkeer wordt daarbij voortaan gezien als privégebruik.
Om de administratieve lasten te beperken heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat, in plaats van de heffing over het werkelijke privégebruik, een forfaitair bedrag aan btw mag worden afgedragen ter grootte van 2,7% van de catalogusprijs, inclusief btw en bpm, van de betreffende auto. De ondernemer heeft dus de mogelijkheid te kiezen voor afdracht op basis van het werkelijke privégebruik of op basis van een forfaitaire afdracht van 2,7%.
Betekenis voor de praktijk?
Er kleven aan de toepassing van de nieuwe en oude regels voor de btw-heffing over het privégebruik van zakelijke auto’s overigens diverse nationaal- en Europeesrechtelijke bezwaren. Zo is het bijvoorbeeld twijfelachtig of de volgens de Staatssecretaris van Financiën tot 1 juli 2011 geldende aftrekcorrectie nog wel voldoende wettelijke basis heeft. Ook is het nog maar de vraag of een heffing over het privégebruik (vanaf 1 juli 2011) wel in alle gevallen wettelijk mogelijk is. Zeker als het om relatief grotere bedragen gaat, kan het voor u de moeite waard zijn om bezwaar te maken tegen de btw-heffing over het privégebruik. Dit geldt zowel voor de belasting over het privégebruik in 2011, als voor naheffingsaanslagen over voorgaande jaren. Wij bespreken graag met u de mogelijkheden.

