Pas op met de verkrijging van aandelen in een onroerendgoed-bv
Als u onroerend goed koopt, is veelal overdrachtsbelasting verschuldigd. Die bedraagt 6% van de waarde van het onroerend goed. In het verleden werd de overdrachtsbelasting omzeild door onroerend goed onder te brengen in een BV. Vervolgens zouden de aandelen in die BV kunnen worden verkocht, zonder de heffing van overdrachtsbelasting. Het onroerend goed zelf wordt immers niet verkocht, maar blijft eigendom van de BV. Maar via het aandelenbelang kon wel het economische belang bij dat onroerend goed worden verkocht. Om zo’n eenvoudige ontgaansmogelijkheid te voorkomen, bevat de overdrachtsbelasting een anti-misbruikbepaling.
Kort gesteld komt het er op neer dat als aandelen in een onroerendgoed-BV worden verkocht, toch overdrachtsbelasting wordt geheven. Die bedraagt dan 6% van de waarde van het onroerend goed, ook als die waarde hoger is dan de waarde van de aandelen. Het tussenschuiven van een BV heeft daardoor geen zin meer.
Deze anti-misbruikbepaling is alleen onder strikte voorwaarden van toepassing. Ten eerste moesten de bezittingen van de BV voor 70% of meer bestaan uit in Nederland gelegen onroerend goed. Bovendien kwam de heffing van overdrachtsbelasting alleen aan de orde als, kort gesteld, men tenminste 1/3 deel van de aandelen verkreeg. Op allerlei manieren werd er in de praktijk voor gezorgd dat niet aan die voorwaarden werd voldaan. Daardoor kon de heffing van overdrachtsbelasting toch achterwege blijven. Om die reden is sinds 1 januari 2011 sneller sprake van een onroerendgoed-BV.
- Vorige
- Volgende >>

